Richtlijnen voor de SER evaluatie-toets
De student geeft een SER sessie aan een medestudent. De student wordt verder als behandelaar benoemd, de medestudent als cliënt. Gedurende de gehele sessie is er een afgestudeerde therapeut aanwezig die observeert, mee luistert en indien nodig aanwijzingen of tips geeft. Deze therapeut/coach noteert zijn/haar bevindingen en bespreekt deze met de behandelaar en de cliënt. Naderhand wordt er tijdens de bespreking n.a.v. de bevindingen met alle therapeuten/coaches bepaald of de student geslaagd is voor de SER toets.
De volgende punten zijn van belang:
- De behandelaar heeft het proces van zelfontwikkeling zo ruim mogelijk doorlopen en is zich bewust van de eigen thema’s en valkuilen in het kader van overdracht en tegenoverdracht.
- De behandelaar heeft voldoende oog voor de cliënt, met de attitude van afbakenen en ruimte geven en zelf nemen en dient ten allen tijde neutraal te kunnen blijven om te kunnen herkennen en uit te zoeken wat er speelt.
- De behandelaar is in staat zich open te stellen en te kunnen ontvangen wat zich voordoet. Maar blijft ontspannen en schakelt met de informatie van de cliënt mee. Geeft aan dat er fysieke sensaties kunnen opkomen, dit om de veiligheid te behouden.
- De behandelaar neemt de cliënt mee naar het diepst mogelijke ritme zodat verstoringen in het lichaam duidelijk worden. Dit kan door middel van arcing of welke methode dan ook. Het kan ook tijdens de sessie voorkomen dat er de noodzakelijkheid tot SER zich aandient. Dit dient herkend te worden en de behandelaar dient in staat te zijn hierop in te spelen omdat anders een kans gemist wordt om in de diepte het probleem te gaan bekijken.
- Neem de rust en de tijd om met de SER te starten. De behandelaar begeleidt de cliënt dan naar de plek, die de aandacht vraagt.
- De cliënt wordt aangemoedigd om zo open en ontvankelijk mogelijk te ‘kijken’. Te benoemen wat de ervaring van het lichaam is, want het lichaam blijft het referentiekader. Vraag de cliënt zijn stem rechtstreeks aan het orgaan/de plek te geven, elke cel heeft immers zijn eigen bewustzijn. Verwelkom deze plek.
De behandelaar realiseert zich dat elke plek een eigen geschiedenis en motivatie heeft om te doen wat het doet, en respecteert dat.
- De behandelaar biedt zorg die de cliënt ondersteunt in het proces, zodat het geen cerebrale oefening is maar wezenlijk contact gemaakt wordt. Wanneer de cliënt antwoordt vanuit het denken, durft de behandelaar een stilte in te lassen, om even later vanuit die stilte en contact met de kern, de draad weer op te pakken.
Stelt daarom Wat vragen, Waarom vragen stimuleren het denken.
- De rode draad is dus; uit het hoofd voorbij het eigen denken, naar een gebied waar de dingen gebeuren en niet gedaan worden. De behandelaar neemt de tijd, ook om stiltes in te lassen en de diepte op te zoeken. Draagt geen oplossingen aan.
- De behandelaar legt uit welke levenstaak een orgaan heeft, wanneer daar mee gesproken wordt, bv. de functie van de amygdala of de milt (biologieles), zodat de cliënt een direct hulpmiddel heeft.
- Dat wat verschijnt bij de cliënt wordt mogelijk gekoppeld aan het systemisch principe, dat hier speelt/verstoord is;
(weet, dat de relatie met moeder 1e lijns- en bepalend is)- Iedereen heeft recht op een plek
- Die plek heeft volgorde: ordening
- Er is een balans van geven en nemen/ontvangen.
- Bij een probleem tussen een plek en de cliënt of tussen plekken onderling, gaat de behandelaar altijd terug naar de levenstaak van iedere plek. Helpt de cliënt steeds terug te gaan naar de levenstaken van de weefsels. Desnoods dienen de levenstaken verteld te worden (biologieles) om dit daarna te laten bevestigen door het weefsel zelf, zoals:”weet je nog dat ... je levenstaak is?” Uiteindelijk is de cliënt de baas over zijn organen.
- De behandelaar geeft geen persoonlijk of afwijzend commentaar en is in staat de focus van de cliënt te brengen waar het nodig is. De behandelaar stelt geen suggestieve vragen, zoals; voel je niet iets bij je maag?, Beter is te vragen als je handen op de maag liggen: “kijk hier eens, hoe voelt het hier? Is er een plek ergens anders die hier ook iets over te zeggen heeft?”
- De behandelaar laat de cliënt zijn eigen ontdekkingsreis maken stap voor stap. Volgt en ondersteunt, d.m.v. woorden zijn cliënt in het proces.
- De behandelaar blijft open en bewust aanwezig, om als het ware met de cliënt mee te reizen in zijn ontdekkingstocht. Ook al voelt de behandelaar zelf pijn of andere spanningen, komen er beelden op of andere informatie, deze houdt de behandelaar voor zichzelf, de behandelaar laat de cliënt zelf zijn ervaring beleven. Het kan nodig zijn om als behandelaar meer afstand te nemen!
- De behandelaar is in staat weerstand, pijnsporen en dissociatie te herkennen en weet hier mee om te gaan.
- De behandelaar is in staat om hoofd en bijzaken te onderscheiden en weet hier mee om te gaan.
- De behandelaar geeft de cliënt de tijd die nodig is, zonder te lang te blijven doorgaan over een detail. Hij is in staat het proces te sturen en niet de inhoud. Naast volgen is er dus ook zeker leiden.
- De behandelaar herhaalt woorden die de cliënt zelf gebruikt (ook als die het even niet meer weet), en wacht dan, er hoeft niet continue gesproken te worden. Gebruikt ook kinderlijk eenvoudige zodat de cliënt bij de kern kan blijven.
- De behandelaar is in staat om de cliënt naar een diepere laag te brengen, niet alleen via CS maar ook d.m.v. taal. Daarin is kunnen sturen van belang, zodat onderliggende oorzaken aan het licht kunnen komen en er niet alleen op gedragsniveau/traumatische situatie wordt gewerkt. Dit is een combinatie van volgen en leiden. Als behandelaar dien je de cliënt voorbij de blinde vlek of automatische ‘beweging’ te kunnen begeleiden. Niet door in te vullen, maar door te signaleren welke beweging de cliënt maakt en het perspectief voor de cliënt te verbreden. Zodat thema’s in een nieuw licht komen en bewust worden,waarna de door de cliënt gewenste verandering gemakkelijker in gang gezet kan worden.
- De behandelaar is in staat een proces wat begonnen is tijdens de behandeling ook op een juiste manier en zorgvuldig af te ronden. Dit kan de ervaring meerwaarde en inzicht geven.
- De behandelaar bedankt aan het eind alles wat heeft bijgedragen aan het verloop van de sessie.
- De behandelaar geeft huiswerk mee of biedt het in ieder geval aan. Wanneer dit constructief wordt aangeboden en in beeld wordt gebracht, kan de cliënt zelf de verantwoording nemen wat hij ermee doet. Het kan ook ondersteunend dienen om de cliënt te vertellen dat er eventueel voor fysieke en/of emotionele reacties kunnen komen in de dagen na de sessie.
- De behandelaar begint met het afsluiten, en geeft dit aan, minimaal 10 min. voor de tijd verstrijkt. De behandelaar brengt de cliënt weer en in het hier en nu en zorgt dat deze geaard is als hij de deur uitgaat.
- Indien een cliënt na de behandeling iets wil weten over wat de behandelaar gevoeld heeft, vertelt deze dat neutraal en maakt er ook hier niet een eigen verhaal van.
